De Olympische Winterspelen zijn voorbij. Ik heb er niet heel veel van gezien, op het schaatsen na. Ja, ik moet nou eenmaal werken en kan niet de hele nacht opblijven. Bovendien vind ik Langlaufen nou eenmaal Langweilig (saai). Net als curling: het doet me denken aan jeu de boules. En die bobslee gaat niet alleen Edwin van Calker, maar ook mij te snel. Ook kan ik niet tegelijkertijd naar de slee en naar de tijdwaarneming kijken en dan is het dus minder spannend.
De grootste spanning zat eigenlijk in het hoofd van Edwin van Calker. Half Nederland vindt hem laf, de andere helft dapper: dat hij zich, ondanks een langdurige en kostbare voorbereiding, durfde af te melden voor de wedstrijd. De uitslag in de ploeg zelf was 2-2: Jansma en Beck wilden wel naar beneden, maar stuurman besliste anders. Ik denk dat Edwin eigenlijk nog niet toe was aan de combinatie van een snelle bob en een te snelle baan. Wat zijn afmelding voor gevolgen heeft voor zijn carriere, ik weet het niet. Hopelijk wordt het hem vergeven. Ik ga er niet van uit dat hij al die investeringen zelf moet terugbetalen. Veel wintersporten gaan snel, verschrikkelijk snel. Skeleton, rodelen, bobben, de slalom, noem maar op. Zelfs het ijshockey gaat gewoon te snel voor me, hoewel ik die fascinerende finale tussen Canada en de Verenigde Staten wel helemaal gezien heb. Vreemd trouwens dat er twee Canadese scheidsrechters waren. Daar maakt niemand een probleem van…. Kun je je voorstellen hoe dat opgevat zou worden bij het voetballen: de Champions League finale tussen Barcelona en Chelsea, met twee Spaanse scheidsrechters… Verder heb ik weinig op met ski’s, op de waterski’s na, een leuke sport die ik leerde toen ik een jaar of elf was. Toegegeven, de afdaling is erg spectaculair, net als de snowboard-cross en skicross, waarbij vier deelnemers het tegen elkaar opnemen. Als we de Nederlandse prestaties bekijken, dan blijken de “zekere” medailles voor Sven Kramer te optimistisch ingeschat. Vervelend is het wel dat Sven daar zelf geen invloed op had. De fouten lagen bij de coaches Gerard Kemkers en Wopke de Vegt. De gouden plak voor Nicolien Sauerbreij was min of meer verwacht. Die van Ireen Wust en Mark Tuitert waren vooral verrassend. Verder vielen sommige schaatsers tegen, hoewel ik een vierde plek niet slecht durf te noemen. Toch: als een schaatster medaillekansen heeft en dan dertiende wordt, dan heeft ze wat uit te leggen. Al met al had het beter gekund maar ook slechter: Nederland had meer gouden plakken dan Rusland, Frankrijk, Italie of Japan. En wat mis ik bij de Winterspelen? Natuurlijk onze eigen favoriete sport, de atletiek! Ik vind gewoon dat de veldloop bij de wintersporten hoort. Vraag het onze atleten: hardlopen in de sneeuw en op het ijs, dat valt niet mee. We weten er na deze pittige winter alles van! Groeten en tot volgende week, Gert van Akkeren
|
COMMENTS